Lichtkleur



De lichtkleur bepaalt het verschil tussen koud en warm licht. De lichtkleur beschrijft de eigen kleur van het uitstralende licht van een lamp. De kleuren rood en blauw zijn hierbij essentieel. Hoe meer roodaandeel hoe warmer het licht en hoe meer blauwaandeel, hoe kouder het licht.

 

De lichtkleur wordt in graden Kelvin (K) gemeten:


Kaarsen

1.800 K = uiterst hoog roodaandeel = flatterend, gedempt licht

 

Gloeilampen

2.700 K = zeer hoog roodaandeel= warm, gezellig licht

 

Halogeengloeilampen

3.000 K = hoog roodaandeel = wit, krachtig licht

 

Fluorescentielampen 840

4.000 K = homogeen blauw- en roodaandeel = neutraal, helder licht

 

Daglicht

6.000 - 20.000 K = hoog blauwaandeel = fris, natuurlijk licht

Determining the colour temperature

The colour temperature is measured in degrees Kelvin (K). There are usually three categories for the colour temperature. In the case of a temperature below 3,300 Kelvin, the light is described as warm-white; a colour temperature between 3,300 and 5,300 Kelvin is referred to as neutral-white and any colour above 5,300 is known as cold-white or daylight-white.

Welke lichtkleur lampen hebben, kunt u eenvoudig zien aan de kleurbeschrijving die op de verpakking is vermeld. De spaarlamp TCA-SE, 20W/827, E27 heeft bijvoorbeeld een lichtkleur van 2700 K, dat wil zeggen warm-wit. Dit is te herkennen aan de twee laatste cijfers van het getal 827.

Lees ook Kleurweergave